Stoffelijkheid is een gigantische illusie. Materiality is a gigantic illusion
Stoffelijkheid is een gigantische illusie. De bijzondere aard van de waarneming wordt bepaald door het gebruikte zintuig en niet alleen door de prikkel die plaatsvindt. Door het geheugen worden de zintuigprikkels van het oog en de tastzin als gelijktijdige prikkels verbonden. Zo ontstaat een gevoel van stoffelijkheid. Houd je voor dat niets dat kan worden waargenomen echt is. De hersenen zijn echt niet tot een directe waarneming in staat. Bijvoorbeeld: het oogzintuig ziet de verschijnselen die we bloem noemen. Wat het werkelijk waarneemt, is helemaal geen bloem, maar een levende, zintuiglijke ervaring van licht en kleur. De dans van de elektromagnetische deeltjes die ze in de wetenschap fotonen noemen. De hersenen nemen die oorspronkelijke, levende verschijnselen die het oogzintuig rapporteert niet rechtstreeks waar. De hersenen moeten de verschijnselen eerst ‘vertalen’.
Uit het boek: “Bewustzijn. Zoek jij ook iets?” – fragment 267
foto: Kampus Production
Materiality is a gigantic illusion. The particular nature of an observation is defined by the sense that is being used and not only by the stimulus that is taking place. Through memory the sense stimuli of eye and touch are connected as simultaneous stimuli. Thus a feeling of materiality results. Keep remembering that nothing that can be observed is genuine. The brain is truly not capable of a direct observation. The sense organ of the eye, for example, looks at the appearances we call a flower. What it really sees is not a flower at all but a living sense experience of light and colour, the dance of the electromagnetic particles that science call photons. The brain does not observe the original living appearances directly. The brain first has to “translate” the exhibition.
From the book: “Consciousness” – fragment 267
photo: Kampus Production